Suïcidepreventiebeleid in de ouderensector

Waarom een suïcidepreventiebeleid in de ouderensector?
Inhoud van een suïcidepeventiebeleid
Ondersteuning en vorming

Waarom een suïcidepreventiebeleid in de ouderensector?

De suïcidecijfers spreken voor zich. De ouderenpopulatie is een kwetsbare groep wat betreft suïcidaliteit. Mannen vanaf 75 jaar hebben het grootste risico om te overlijden door zelfdoding.

Elke organisatie binnen de ouderenzorg kan geconfronteerd worden met één of andere vorm van suïcidaliteit - gaande van gedachten, over plannen, tot suïcide(pogingen). Mantelzorgers, hulpverleners, zorgkundigen, verpleegkundigen, ... kunnen de gedrags- en stemmingsveranderingen opmerken. Het is dan ook belangrijk dat een organisatie vooraf nadenkt over hoe ze zal reageren als ze geconfronteerd wordt met suïcidaliteit.

Een suïcidepreventiebeleid biedt concrete handvatten in het omgaan met suïcidaliteit. Daarnaast zorgt het voor een duidelijk kader voor elke medewerker en draagt het bij tot een kennistoename en attitudeverandering met betrekking tot het thema.

top

Inhoud van een suïcidepreventiebeleid

Een suïcidepreventiebeleid bestaat uit vijf luiken:

Luik 0: Gezond leefklimaat

Het creëren van een gezond klimaat voor ouderen vraagt een veelzijdige aanpak die inzet op verschillende strategieën met als doel het verminderen van risicofactoren en het versterken van beschermende factoren op verschillende levensdomeinen. In dit luik gaat het onder andere over: bevorderen van fysieke en geestelijke gezondheid, aanmoedigen en versterken van sociale participatie, het voorzien van een laagdrempelig zorgverleningsaanbod, vroegdetectie en behandeling van depressie.

Luik 1: Vroegdetectie en –interventie van suïcidaliteit

Vroegtijdig kunnen interveniëren vereist in eerste instantie de mogelijkheid tot het herkennen van signalen van suïcidaliteit. Ouderen stellen in het algemeen zelden een vraag naar hulpverlening. Het is dus des te belangrijker dat personeel ouderen met problemen kan detecteren en toeleiden naar de meest gepaste zorg. Op voorhand duidelijke afspraken maken bevordert een goede samenwerking tussen het multidisciplinair team, zorgkundigen, afdelingsverantwoordelijken, sociale dienst, directie, …

Luik 2: Acute dreiging en crisisinterventie

In dit luik wordt stilgestaan bij het handelen in geval van een suïcidale crisissituatie. Dit kan gaan over een oudere die een duidelijk plan heeft en niet kan garanderen dat hij/zij geen suïcide(poging) zal ondernemen of een oudere die op het punt staat een einde te maken aan zijn/haar leven.

Luik 3: Na een suïcidepoging

Ook na een suïcidepoging van een oudere is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken rond opvang en communicatie. Op welke manier wordt de oudere opgevangen en door wie? Wat met de omgeving en betrokken hulpverleners?

Luik 4: Na een zelfdoding

Een zelfdoding treft veel personen. In dit luik wordt niet alleen stilgestaan bij het overlijden van de oudere, maar ook bij de opvang van nabestaanden (familie/hulpverleners, …). Wat zijn aandachtspunten in het rouwproces na zelfdoding en de opvang van nabestaanden? En wie kan hierin welke taak opnemen?

top

Ondersteuning en vorming

Voor de opmaak van een suïcidepreventiebeleid op maat van je organisatie kan je terecht bij de Suïcidepreventiewerking van de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG-SP). De contactgegevens per provincie vind je in het contactblok op deze pagina.

Ook voor vormingen suïcidepreventie kan je op hen beroep doen. Voor meer info: neem zeker een kijkje op deze pagina. Deze vormingen zijn afgestemd op de richtlijn met praktijkadviezen over suïcidepreventie bij ouderen voor zorg- en hulpverleners. De richtlijn kan je hier raadplegen.

top

© Zelfmoord1813 - disclaimer